Product 1.4 Armoede- en schuldenaanpak
Realisatie en prognose van indicatoren
Naam | Realisaties | Prognose | Streefwaarde Begroting | Streefwaarde Begroting | Bron | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2026 | 2023-2026 | ||
Minder minimahuishoudens % | 10,0% | 10,0% | 9,7% | nb | 10,0% | 10,0% | nb | CBS |
Minder kinderen in armoede % | 8,4% | 8,7% | 8,6% | nb | 8,7% | 8,7% | 5,2% | CBS |
Toelichting
Minder minimahuishoudens %
Tussen 2019 en 2024 daalde het aandeel minimahuishoudens van 10,4% naar 9,7%. Door de toename van het aantal inwoners in Zaanstad zien we deze relatieve daling maar minimaal terug in de aantallen minimahuishoudens in Zaanstad. Het CBS heeft de resultaten van 2025 nog niet gepubliceerd. We streven ernaar dat het percentage huishoudens in Zaanstad dat op minimumniveau leeft, daalt tot liefst onder, of tenminste gelijk aan het landelijk gemiddelde in datzelfde jaar. Bij deze indicator gaan wij uit van het percentage huishoudens met een inkomen tot 110% van het voor dat huishouden geldende sociaal minimum.
Minder kinderen in armoede %
Tussen 2017 en 2024 daalde het % kinderen dat opgroeit in minimahuishoudens van 10,2% naar 8,6%. Het CBS heeft de resultaten van 2025 nog niet gepubliceerd. Het kabinet had zich in haar coalitieakkoord 2021-2025 ten doel gesteld om het aantal kinderen dat opgroeit in armoede te halveren (ten opzichte van 2015). Wij omarmden het streven om dat doel ook in Zaanstad te behalen, maar denken dat dit gezien ontwikkelingen rond onder meer energiearmoede en de algehele inflatie niet haalbaar is. De indicator betreft het percentage kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 110% van het voor dat huishouden geldende sociaal minimum.
