Gezondheid - De gezonde gemeente

Financiën

Bedragen x € 1.000

Originele begroting

Mutatie

Gewijzigde begroting

Gezondheid

2026

2026

2026

Lasten

221.947

202

222.150

Baten

-8.614

1.038

-7.577

Saldo van lasten en baten

213.333

1.240

214.573

Toevoegingen reserves

0

0

0

Onttrekkingen reserves

-345

-240

-586

Totaal saldo incl. reserve mutaties

212.988

1.000

213.987

Ten opzichte van de Begroting 2026 zijn de lasten € 0,2 mln. hoger. De baten zijn € 1,04 mln. lager. De onttrekkingen aan de reserves zijn € 0,24 mln. hoger. De verschillen worden hieronder toegelicht. Als de mutatie een relatie heeft met een ander programma dan staat dit aangegeven in de voorlaatste kolom.

Bedragen x € 1.000

Omschrijving
- = voordeel, + = nadeel

Lasten

Baten

Toevoeging reserves

Onttrekking reserves

Saldo opgave

Relatie andere opgave

Saldo

Mutaties met een effect op de Begroting

1. Jeugdhulp bijstelling obv realisatie 2025

-2.400

-2.400

0

-2.400

2. WMO obv realisatie 2025

-696

-696

0

-696

3. Actualisatie kapitaallasten jaarrekening 2025

-490

-490

0

-490

4. Herstel onterecht ingerekend voordeel JGZ

240

240

0

240

5. Winterkouderegeling (WKR)

240

240

0

240

6. GGD Plustaken

178

178

0

178

7. Kostenstijging Veilig Thuis (GGD)

164

164

0

164

8. Hogere indexatie kosten Maatschappelijke Opvang

151

151

0

151

9. Overige kleine verschillen

22

41

63

0

63

Mutaties met een saldo neutraal effect op de Begroting

A. Actualisering investeringsfonds

2.094

2.094

-2.094

0

B. Reserve Budgetoverhevelingen

1.805

1.805

-1.805

0

C. Kostenverdeling

-1.251

1.693

442

-442

0

D. Capaciteit contractmanagement

-809

-809

809

0

E. Capaciteit kennis

-155

-155

155

0

F. Gemeentefonds doorwerking septembercirculaire 2025

110

110

-110

0

G. Reserve Vooruitontvangen AU

337

337

-337

0

H. Proeftuin Toekomstscenario

300

-300

0

0

I. Gezond Actief Leven Akkoord (GALA)

276

-276

0

0

J. Verhoging bijdrage Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH)

-35

-240

-275

275

0

K. Indexatie Decentralisatie-Uitkering VrouwenOpvang

121

-121

0

0

Totaal

202

1.038

0

-240

1.000

-3.549

-2.549

 
Mutaties met een effect op de Begroting                     
1. Jeugdhulp bijstelling op basis van realisatie 2025
Jaarlijks wordt de begroting voor specialistische jeugdhulp bijgesteld aan de hand van de gerealiseerde kosten over het voorgaande jaar. De voorlopige cijfers (peildatum 1 maart
2026) laten zien dat in 2025 de kosten voor jeugdhulp lager uitvallen dan begroot. Dit werkt door tot een voordeel van € 2,4 mln. vanaf 2026.
In de begroting van 2025 werd rekening gehouden met een volumegroei van 4,7% jeugdhulp. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is daadwerkelijk met ongeveer 3% toegenomen. De
gemiddelde zorginzet/kosten per jeugdige met jeugdhulp is ongeveer gelijk gebleven. Hierdoor zijn de kosten in 2025, op een budget van € 75 mln., bijna 2% lager uitgevallen dan begroot. Verklaring hiervoor op hoofdlijnen: Hoewel de inzet van lichtere vormen van jeugdhulp is toegenomen, is de inzet van hoog specialistische jeugdhulp niet verder gegroeid.
Het aantal jeugdigen met jeugdhulp in verblijf is afgenomen.

2. WMO obv realisatie 2025
Jaarlijks wordt de begroting voor maatwerk Wmo bijgesteld aan de hand van de gerealiseerde kosten over het voorgaande jaar.Op basis van de voorlopige realisatiecijfers over 2025 (peildatum 2 maart 2026) vallen de uitgaven voor Wmo lager uit dan eerder begroot. Dit leidt tot een structureel voordeel van € 0,7 mln. vanaf 2026.
De lagere kosten komen doordat binnen het Wmo maatwerk relatief vaker lichtere vormen van ondersteuning zijn ingezet. De inzet van huishoudelijke hulp is toegenomen, terwijl de inzet van duurdere voorzieningen zoals begeleiding en dagbesteding stabiel is gebleven. Daarnaast is vaker gekozen voor Beschermd Thuis in plaats van het duurdere Beschermd Verblijf.
Ook de krapte op de arbeidsmarkt speelt een rol. Zowel bij de Sociaal Wijkteams als bij aanbieders is de capaciteit beperkt, waardoor de stijgende vraag naar ondersteuning niet volledig kan worden opgevangen. Hierdoor neemt de druk op de Wmo toe en duurt het gemiddeld langer voordat de ondersteuning kan worden ingezet voor personen die dit nodig hebben.

3. Actualisatie kapitaallasten jaarrekening 2025
De kapitaallasten zijn geactualiseerd op grond van de jaarrekening realisatie over 2025. Doordat er € 48 mln. aan investeringen is doorgeschoven (groot deel komt door Zwembad de Slag, Onderwijs IHP PO en Bedrijfsmiddelen stadsbeheer). zijn de kapitaallasten - € 2,22 mln. lager dan begroot. Hiertoe was op voorhand reeds geanticipeerd door een stelpost hiervoor op te nemen van € 1 mln. Hierdoor hebben we voor de hele organisatie per saldo een voordeel van - € 1,22 mln. De vrijval op de kapitaallasten op dit programma bedraagt € 0,49 miljoen; dit wordt verklaard door herfasering van de werkzaamheden voor het realiseren van Zwembad de Slag.

4. Herstel onterecht ingerekend voordeel JGZ
In de Kadernota 2025 van de GGD is een herijking van het takenpakket voor jeugdgezondheidszorg (JGZ) opgenomen. Een deel van de zogenaamde plustaken die Zaanstad afneemt, zou worden verschoven naar het basispakket van de GGD. De kosten voor het basispakket worden verdeeld naar rato van inwonersaantallen van de deelnemende gemeenten. Doordat voor Zaanstad een relatief groot deel van de plustaken zou overgaan naar het basispakket, zou dit herverdeeleffect voor Zaanstad leiden tot een voordeel. De inschatting hiervan was gemaakt door de GGD en opgenomen in de kadernota. Op basis hiervan had Zaanstad dit voordeel verwerkt. Er zijn echter minder (gemeenschappelijke) plustaken JGZ naar het basispakket van de GGD overgebracht dan waar vanuit werd gegaan. Hierdoor is het voordeel voor Zaanstad op JGZ niet gerealiseerd en moet dit worden teruggedraaid.

5.Winterkouderegeling (WKR)
De WKR is een wettelijke taak waarbij de gemeente extra opvang moet bieden bij extreme kou. Sinds 2024 is doorverwijzing van dak- en thuislozen naar Amsterdam niet meer mogelijk, waardoor de gemeente zelf opvang moet organiseren. Voor de winter 2025-2026 zijn hiervoor afspraken gemaakt met onder andere hotels en het Leger des Heils (locatie Goudastraat). De kosten bedragen circa € 0,24 mln. bovenop de reguliere subsidie voor opvang.   

6. GGD Plustaken
De tarieven voor plustaken van de GGD zijn de afgelopen jaren sterker gestegen dan het beschikbare budget. Dit komt doordat de indexatie van de budgetten achterblijft bij de loonkostenstijging bij de GGD en door een gewijzigde toerekening van overheadkosten aan plustaken. Een deel van deze stijging kon eerder worden opgevangen doordat de gerealiseerde kosten lager uitvielen dan begroot, onder andere door krapte op de arbeidsmarkt. Dit is inmiddels niet meer mogelijk. Hierdoor stijgen de kosten voor Zaanstad met € 0,178 mln. vanaf 2026.

7. Kostenstijging Veilig Thuis (GGD)
Sinds 2021 neemt het aantal meldingen bij Veilig Thuis toe en wordt de casuïstiek complexer, terwijl de formatie ongewijzigd is gebleven. Interne maatregelen om de extra werkdruk op te vangen zijn inmiddels uitgeput. Hierdoor kan Veilig Thuis steeds vaker niet tijdig voldoen aan de wettelijke taak om zicht te krijgen op de veiligheid in gezinnen na een melding.
Om de huidige wachtlijst en verwachte instroom op te vangen is uitbreiding nodig met 2,6 fte Specialist Veilig Thuis, 0,3 fte Vertrouwensarts en 0,17 fte Gedragswetenschapper. De totale kosten bedragen € 0,35 mln., waarvan € 0,164 mln. voor rekening van Zaanstad komt. De noodzaak voor deze uitbreiding is binnen de governance van de GGD kritisch beoordeeld en breed erkend.

8. Hogere indexatie kosten Maatschappelijke Opvang
De gemeente verstrekt subsidie aan het Leger des Heils voor de maatschappelijke opvang. In de Begroting 2026 is het subsidieplafond met 2,03% verhoogd ten opzichte van 2025. De werkelijke kosten zijn echter sterker gestegen, mede doordat de gemeentelijke indexatie de afgelopen jaren achterbleef bij de loonkostenstijging in cao’s.
Omdat maatschappelijke opvang een wettelijke taak is, kan het subsidieplafond niet leiden tot het niet uitvoeren hiervan. Dit leidt tot een onvermijdelijke kostenstijging van € 0,151 mln. vanaf 2026.

11. Overige kleine verschillen
Het restant aan afwijkingen op de lasten (- € 0,06 mln.)  en de baten € 0,04 mln.) wordt verklaard door overige diverse kleine afwijkingen binnen dit programma.


Mutaties met saldo neutraal effect op de Begroting                     
A. Actualisering investeringsfonds
Door verschuiving van investeringsprojecten van 2025 naar 2026 wordt de onttrekking aan het Investeringsfonds hoger (€ 8,61 mln.). Hiermee gepaard gaand stijgen de toevoegingen aan de reserve afschrijvingslasten (€ 6,49 mln.) en door hogere overige kosten (€ 2,09 mln.), met name voor bijdrage buitensport IF-voetbal (relatie met programma 4 Sport, cultuur en recreatie).  Het gaat om herfaseringen van 2025 naar de jaren 2026 en verder en verwerken van eerder genomen kredietbesluiten. Zie voor een verdere toelichting bijlage investeringen. Het investeringsfonds en reserve afschrijvingslasten zijn opgenomen in programma 2, daardoor vinden daar de mutaties op de reserves plaats.

B. Reserve Budgetoverhevelingen
In 2025 zijn incidentele middelen overgeheveld naar 2026 via de reserve Budgetoverhevelingen (€ 7,31 mln.). Met deze begrotingswijziging worden deze middelen in 2026 beschikbaar gesteld voor de opgaven. In deze opgave gaat het om budgetten voor jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en preventie,sporten en bewegen voor in totaal €1,8 miljoen. De reserve budgetoverhevelingen is opgenomen in programma 8, daardoor vindt daar de onttrekking plaats.

C. Kostenverdeling
Door verandering in wetgeving (het BBV)  is er een administratieve wijziging (met effect op de baten en de lasten) doorgevoerd, dit heeft geen effect op het resultaat. Daarnaast wordt aan dit programma per saldo meer apparaatslasten toegerekend (€ 0,44 miljoen), dit wordt veroorzaakt doordat extra capaciteit is geraamd dat grotendeels gedekt wordt uit materieel budget en voor het restant uit rijksbijdragen en subsdies. Voor de gehele organisatie is deze kostenverdeling budgetneutraal. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Bedrijfsvoering.

D. Capaciteit contractmanagement
De personeelslasten nemen toe in 2026, ondere andere door extra ondersteuning voor regionale inkoopcontracten jeugd/WMO en proeftuinen. De dekking hiervoor komt uit de regio, AEF-middelen en materieel budget van de proeftuinen. Relatie programma 7 en bedrijfsvoering.

E. Capaciteit kennis
In 2026 wordt de formatie uitgebreid met 3 fte voor drie taken. Voor de aanbesteding van maatschappelijke opvang en beschermd wonen is tijdelijk extra ambtelijke inzet nodig; deze kosten (€ 0,11 mln.) worden gedekt uit het budget overige taken Wmo. Daarnaast wordt een beleidsadviseur ingezet voor advies over maatschappelijke voorzieningen en woningbouwontwikkeling (€ 0,11 mln.), gefinancierd uit het WBI-budget. Tot slot is extra inzet nodig voor de coördinatie van het Scheidingsplein . (€ 0,09 mln.), een deel van de kosten wordt doorbelast aan deelnemende gemeenten. Het Zaanse deel wordt betaald uit het budget echtscheidingen. Relatie programma 7 en bedrijfsvoering.

F. Gemeentefonds doorwerking septembercirculaire 2025
In deze mutatie wordt de septembercirculaire Gemeentefonds 2025 verwerkt. De financiële gevolgen van deze circulaire zijn nader toegelicht via een Raadsinformatiebrief (zaaknummer 9691212). Op dit programma gaat het om middelen voor suïcidepreventie en vrouwenopvang (€ 0,11 miljoen). Relatie programma 8.

G. Reserve Vooruitontvangen AU
Bij de decembercirculaire in 2025 zijn middelen uit het Gemeentefonds ontvangen die bestemd zijn voor activiteiten in 2026 en verder (€ 1,82 mln.). Deze middelen zijn in 2025 deels aan de reserve Vooruitontvangen bedragen AU toegevoegd (€ 1,61 mln.) en deels worden ze rechtstreeks in latere jaren begroot.
In 2026 worden de middelen die aan de reserve zijn toegevoegd voor vrouwenopvang hier weer aan onttrokken en op dit programma begroot. De reserve vooruitontvangen AU is opgenomen in programma 8, daardoor vindt daar de onttrekking plaats.

H. Proeftuin toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
Voor de voortzetting van de Proeftuin toekomstscenario kind- en gezinsbescherming krijgt Zaanstad een aanvullende subsidie van € 0,30 mln. van het ministerie van Justitie & Veiligheid. Dit leidt tot hogere lasten en subsidiebaten.

I. Gezond Actief Leven Akkoord (GALA)
Op 2 juli 2025 hebben zorg- en welzijnspartijen, waaronder gemeenten, samen met het ministerie van VWS het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) gesloten. In combinatie met het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO) leidt dit in 2026 tot extra middelen via SPUK GALA (€ 0,42 mln.). Tegelijk wordt een budgetkorting van 10% toegepast ivm verminderende lagere administratieve- en controlelasten. Per saldo leidt dit tot hogere lasten van € 0,28 mln. op programma 4, hier tegenover staan ook hogere subsidie baten ad. -0,28 mln.

J. Verhoging bijdrage Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH)
De kosten voor het Zorg- en Veiligheidshuis Zaanstreek-Waterland stijgen door nieuwe en zwaardere wettelijke taken. Door de Wet Gegevensdeling in Samenwerkingsverbanden (WGS) is de inzet binnen de persoonsgerichte aanpak intensiever geworden. Daarnaast voert het Zorg- en Veiligheidshuis al enkele jaren taken uit rond contraterrorisme, extremisme en radicalisering (PARTA), waarvoor nog geen structurele financiering is geregeld.
Het Zorg- en Veiligheidshuis voert deze taken uit namens de gemeenten in de regio. In 2026 worden de hogere kosten ad € 0,28 mln nog eenmalig gedekt uit de eigen reserve van het Zorg- en Veiligheidshuis. Daarna wordt het budget voor de bijdrage van Zaanstad vanaf 2027 structureel met € 0,12 mln verhoogd. Voor deze taken worden geen extra middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld. Relatie programma 6 en 7.

K. Indexatie Decentralisatie-Uitkering VrouwenOpvang
Vanaf 2026 stijgen de lasten met € 0,12 mln. als gevolg van de indexering van de Decentralisatie-Uitkering Vrouwenopvang (DUVO). Deze indexering is bedoeld om de verwachte toename van aanvragen en kosten op te vangen. Tegenover deze lastenstijging staat een gelijke stijging van de baten van € 0,12 mln. Dit betreft het deel van de indexering dat wordt doorbelast aan de regiogemeenten. Het aandeel van Zaanstad is grotendeels al verwerkt via de reguliere subsidie-indexering.

Deze pagina is gebouwd op 05/21/2026 16:57:52 met de export van 05/21/2026 16:53:31